Een kennismaking met Theon Cross in 10 keywords
Theon Cross groeide de voorbije jaren uit tot een van de bepalende stemmen binnen de hedendaagse Britse jazzscene.
Als spilfiguur bij Sons of Kemet en vaste compagnon van artiesten als Shabaka Hutchings, Nubya Garcia en Makaya McCraven hielp hij mee vormgeven aan een generatie muziek die zich moeiteloos beweegt tussen jazz, dub, grime, hip-hop en Afro-Caribische ritmes. Centraal daarin staat de tuba: een instrument dat hij transformeerde tot iets krachtigs, fysieks en verrassend veelzijdigs.
In zowel zijn solowerk als samenwerkingen gebruikt Cross bas niet louter als ondersteuning, maar als beweging, atmosfeer en puls. Zijn muziek kan het ene moment meditatief aanvoelen en het volgende overweldigend zwaar klinken, met invloeden uit Jamaicaanse soundsystems, funk grooves en jazzimprovisatie die voortdurend in elkaar overlopen. Om al even dichter bij zijn muzikale wereld te komen voor hij op maandag 25 mei op Jazz Middelheim 2026 staat, selecteerden we 10 kernwoorden die de verschillende lagen van zijn muziek blootleggen.
1. Tuba (“My Queen is Angela Davis” - Sons of Kemet, 2018)
De tuba staat zelden centraal in moderne jazz. Theon Cross veranderde dat. In plaats van het instrument louter als ondersteuning te gebruiken, maakte hij er iets fysieks en stuwends van. Zijn sound klinkt tegelijk als baslijn, ritmesectie en melodische stem. Diep, zwaar en verrassend beweeglijk. Met zijn spel duwde hij de tuba ver voorbij haar traditionele rol en opende hij nieuwe mogelijkheden voor het instrument binnen moderne jazz.
2. Afro-Caribisch (“Candance of Meroe” - Fyah, 2019)
Cross groeide op in Londen met Caraïbische roots, en die ritmes blijven terugkomen in zijn muziek. Nog voordat hij volledig in de jazzwereld terechtkwam, speelde hij als tiener in Braziliaanse streetbands. Sporen van die invloeden hoor je vandaag nog altijd terug: gelaagde percussie, circulaire grooves en een sterk gevoel voor beweging. Zijn muziek voelt vaak verbonden met een bredere Afro-diasporische traditie waarin ritme tegelijk geheugen en energie draagt.
3. UK (“My Queen is Albertina Sisulu” - Sons of Kemet, 2018)
Sinds het midden van de jaren 2010 groeide Cross uit tot een van de sleutelfiguren van de Londense jazzheropleving. Samen met artiesten als Shabaka Hutchings, Nubya Garcia en Makaya McCraven hielp hij een sound vormgeven waarin jazz samenkomt met dub, grime, hip-hop en elektronische muziek. Zijn spel werd een essentieel onderdeel van de identiteit van Sons of Kemet, de groep die mee definieerde hoe hedendaagse Britse jazz vandaag klinkt.
4. Funk (“CIYA” - Fyah, 2019)
Groove vormt het hart van veel van Cross’ muziek. Zelfs in zijn zwaarste composities blijft er iets strak ritmisch en beweeglijks aanwezig. Zijn baslijnen dragen vaak de elasticiteit van funkmuziek, minder gericht op virtuositeit dan op voortstuwing. Het resultaat is muziek die moeiteloos beweegt tussen jazzimprovisatie en de fysieke aantrekkingskracht van dansgerichte ritmes.
5. Electronica (“Offerings” - Fyah, 2019)
Cross vervormt en bewerkt de klank van zijn tuba geregeld met elektronica. Soms klinkt het instrument nauwelijks nog als koperblazer, maar eerder als een diepe dub-bas. Zelf omschreef hij zijn setup ooit als “a sound system powered by breath”. Een zin die mooi samenvat waar zijn muziek om draait: akoestische muziek die verandert in iets fysieks, meeslepend en bijna architecturaal.
6. Hip-hop (“Roots” - Intra-I, 2021)
De zware lage frequenties in Cross’ muziek sluiten vanzelf aan bij hip-hopproductie. Zijn spel voelt vaak dichter bij sub-bass aan dan bij traditionele jazzbegeleiding. Op tracks als “Roots” wordt de tuba compact en krachtig, een ritmische motor die tegelijk put uit jazzimprovisatie en urban sound culture.
7. Dub (“Forward Progression II” - Intra-I, 2021)
Dub zit diep verweven in Cross’ werk. De repetitieve puls, de open lage frequenties en hypnotische opbouw verwijzen rechtstreeks naar Jamaicaanse soundsystemcultuur. Soms klinkt zijn muziek minder als een klassiek jazzensemble en meer als een live akoestische dubsessie. Reggae, ska en rocksteady zijn nooit ver weg, ook wanneer ze onder de oppervlakte blijven.
8. Meditatief (“Universal Alignment” - Intra-I, 2021)
Niet elk stuk draait om impact. Sommige composities ontvouwen zich traag en bijna ritueel. De repetitieve beweging van Cross’ baspatronen creëert vaak een tranceachtig effect, geworteld in zowel Afrikaanse ritmische tradities als ambienttexturen. Op “Universal Alignment” wordt de tuba bijna puur atmosferisch, met lange organische tonen die dichter aanleunen bij drones en soundscapes dan bij klassieke jazzstructuren.
9. Engagement (“Black” – Sons of Kemet, 2021)
Zoals bij veel artiesten uit de Londense scene rond hem draagt ook Cross’ muziek vaak een sociale lading. Thema’s als identiteit, geschiedenis en de ervaringen van zwarte gemeenschappen in Londen zijn regelmatig aanwezig onder de oppervlakte van zijn werk. Niet via slogans, maar via intentie, samenwerking en de muzikale werelden waaruit hij put.
10. Live-energie (“Radiation” - Affirmation: Live at the Blue Note New York, 2025)
Theon Cross is uiteindelijk vooral een live-artiest. Zijn concerten zijn intens, fysiek en collectief. Of hij nu zijn eigen groep leidt of samenwerkt met anderen, hij bouwt spanning geduldig op tot een hele ruimte lijkt mee te bewegen op dezelfde puls. Recente live-opnames, waaronder samenwerkingen met Isaiah Collier, tonen die energie perfect: muziek als gedeelde beweging, opgebouwd uit ritme, herhaling en adem.
Op maandag 25 mei staat Theon Cross op onze Birdland Stage, samen met o.a. Cassie Kinoshi & seed., The Herbaliser Band en The Buena Vista Orchestra.